Neen.
Burgeroorlogen en regionale conflicten veroorzaken immens veel menselijk lijden. Bij
het zien van de slachtpartijen onder de burgerbevolking, de
vluchtelingenstromen, ... klinkt vaak de roep om 'iets' te doen.
Omdat er niets anders de illusie wekt een snelle oplossing te
brengen, wordt dan gepleit voor een militaire humanitaire
interventie. Of die militaire interventies wel een oplossing bieden,
is een vraag die niet wordt gesteld.Het instrument 'militaire interventie' is een veel te botte bijl om
humanitaire probleemsituaties ten gevolge van gewelddadige conflicten
of deze conflicten zelf aan te pakken. Of dit nu onder leiding van de
NAVO, de EU of de VN gebeurt, maakt niet zoveel verschil.
Peace-making en het opbouwen van een democratie met militaire middelen is een
illusie. Deze politieke doelstellingen vallen met militaire middelen
niet te bereiken. Integendeel, de militaire inzet is eerder een
obstakel.
Doelstelling: vrede
'Vrede' kan een hele reeks ladingen
dekken. In het algemeen onderscheiden we twee betekenissen. Ten
eerste, het beëindigen van gewelddadige vormen van conflict. In
de tweede betekenis is er pas vrede als er een duurzame oplossing
gegeven is aan het onderliggende probleem waaruit het conflict
voortkomt. Niemand heeft de illusie met militaire interventies een
vrede tot stand te brengen in de tweede, meest fundamentele
betekenis. De doelstelling van een militaire interventie is een vrede
in de eerste betekenis: het stoppen van een gewelddadige vorm van
conflict. De achterliggende idee dat dit ruimte moet scheppen om te
werken aan vrede in de meer fundamentele betekenis, blijft. Het
conflict moet een politieke oplossing krijgen. De militaire oplossing
dient om de mogelijkheid hiertoe te creëren. Maar helpt een
militaire interventie om de voorwaarden te scheppen voor een
vredesproces of werpt het juist meer obstakels op?
Militaire interventie verscherpt de tegenstellingen in een conflict
Bij een militaire interventie neemt het belang van gewapende groepen in
een conflict toe. Ze verscherpt de tegenstellingen en verkleint de
ruimte voor een politieke uitweg. Door een militaire interventie
worden we zelf een partij in het conflict en belanden we bij een open
oorlog of guerrillabestrijding. Op deze manier leidt een interventie
misschien wel tot een militaire overwinning, maar polariseert het
conflict verder en is een politieke oplossing soms verder af dan
tevoren. Als de mogelijkheid tot een daadwerkelijk vredesproces niet
voorhanden is, wordt men geconfronteerd met de keuze tussen een
militaire aanwezigheid voor jaren tot zelfs tientallen jaren of een
hervatting van het conflict na de terugtrekking van de troepen. Het
is niet omdat andere middelen geen snelle oplossing kunnen bieden,
dat militaire middelen dat wel kunnen. Het idee van een snelle
oplossing blijkt vaak een illusie. Een militaire interventie kan snel
begonnen worden, maar snel weer wegkomen is een andere kwestie. In
Kosovo zitten we na 10 jaar nog en over Afghanistan wordt vaak gezegd
dat we er minstens een generatie met troepen gaan moeten blijven.Het afdwingen van vrede tegen de wil van één of meerdere
partijen in het conflict, is een dubieuze affaire. Is dit mogelijk
met een militaire interventie? In praktijk wordt de vraag hoe de
vrede op te bouwen meestal pas nà de militaire interventie
gesteld. Als verantwoording roept men dat zware
mensenrechtenschendingen een snelle interventie noodzakelijk maken.
Maar zijn die noodsituaties niet vaak het resultaat van een veel
langzamere escalatie van een conflict dat al veel langer bestaat?
Militaire, humanitaire interventie: hoeveel soldaten zijn er nodig?
Vrede afdwingen door het tussenkomen in een burgeroorlog, is niet zo
eenvoudig. Om de vijandelijkheden te stoppen, moet een grondgebied
bezet worden en is een grote troepenmacht vereist. Bepalen hoeveel
troepen nodig zijn voor een militaire operatie is geen exacte
wetenschap. In de militaire literatuur worden wel enkele aanwijzingen
gegeven. Omdat de operationele doelstelling bij guerrillabestrijding
neerkomt op het controleren van de bevolking, hangt het aantal
troepen af van de grootte van de bevolking. Dit vergt meer troepen
dan het bevechten van een geregeld leger waar de nadruk vooral ligt
op grotere vuurkracht. De VS hebben het aan den lijve ondervonden in
Irak: het regime van Saddam Hoessein omverwerpen blijkt eenvoudiger
dan het onder controle krijgen van de Irakese bevolking.
De
militaire bezettingen uit het verleden hanteerden een troepenniveau
dat varieerde van 2 tot 20 soldaten per duizend inwoners. De Britten
hanteerden een troepenniveau van 20 per duizend inwoners in
Noord-Ierland. India hanteert in de Punjab een troepenratio van 5,7
per duizend, in Afghanistan zijn er 2,2 soldaten per 1000 inwoners.
Deze troepenaantallen dwingen tot een belangrijke conclusie: een
militaire interventie die in staat is om een einde te maken aan
vijandelijkheden, is in praktijk enkel haalbaar voor kleine landen of
gebieden. Voor grote gebieden zijn de troepen niet beschikbaar, is
het vereiste troepenniveau onhoudbaar voor langere tijd of levert de
bezetting een enorm logistiek probleem.Met een kleine troepenmacht kan hoogstens een 'safe haven' of een veilig
gebied gecreëerd worden waar de burgerbevolking naartoe kan
vluchten. Kiezen voor deze optie komt neer op het opzetten van een
vluchtelingenkamp beveiligd door militairen. Hoe vanuit deze situatie
naar werkelijke vrede moet toegewerkt worden, is een open vraag.
Kongo heeft 55 miljoen inwoners. A rato van 3 soldaten per 1000 inwoners
betekent dit 165.000 soldaten. Gezien het terrein zal dit
waarschijnlijk aan de lage kant zijn. A rato van 6 betekent het
330.000 soldaten, à rato van 20 betekent het 1.100.000
soldaten. Zelfs als men in rekening brengt dat de problemen zich
vooral in het oosten van Kongo stellen en de getallen halveert,
blijven dit enorme hoeveelheden troepen die in de praktijk niet
beschikbaar zijn. Kongo is slechts één van de
brandhaarden naast verschillende andere. Rekening houdend met de
gangbare rotaties, zou een wereldwijde interventiepolitiek om
humanitaire redenen ettelijke miljoenen soldaten vergen. Troepen die
nu niet beschikbaar zijn. Irak heeft 25 miljoen inwoners en wordt
bezet door een troepenmacht variërend tussen 100.000 en 150.000
Amerikaanse soldaten. Dit is een troepenrato van 4 à 6
soldaten per 1000 inwoners. In de praktijk blijkt dit te laag om het
land onder controle te krijgen en het Amerikaanse leger heeft moeite
om het troepenaantal op niveau te houden.
Defensie: 1200 miljard dollar, ontwikkelingshulp: 100 miljard dollar
Humanitaire problemen oplossen door een beleid te voeren waarbij men in staat is
om wereldwijd militair te interveniëren is in praktijk geen
zinvolle beleidsoptie.
Het geld dat nodig is voor de uitbouw van
zo'n globale interventiecapaciteit, kan beter besteed worden. De
wereldwijde militaire uitgaven bedroegen in 2007, 1200 miljard
dollar. Bijna de helft van dit bedrag (546 miljard dollar)) werd
uitgegeven door de VS. Ter vergelijking: wereldwijd is het bedrag
besteed aan ontwikkelingshulp 100 miljard dollar.
Als de uitbouw
van een globale interventiecapaciteit inderdaad humanitaire
doelstellingen heeft, dan kan met zich afvragen of er hier geen
sprake is van een zware misinvestering. Een politiek van humanitaire
interventies veralgemenen is van een falende politiek het
standaardbeleid maken.
Tot slot
Hoe geloofwaardig zijn ‘humanitaire’ militaire interventies als
diezelfde landen op grote schaal wapens exporteren, direct of
indirect, naar landen waar zware mensenrechtenschendingen
plaatsvinden?