De NAVO als internationale organisatie heeft geen eigen leger. Het zijn
de lidstaten die hun legers toewijzen aan de NAVO en ze onder een
NAVO-bevelhebber plaatsen. De NAVO zelf bestaat uit een reeks
hoofdkwartieren en een beperkte hoeveelheid militaire infrastructuur
die gemeenschappelijk gefinancierd wordt.De nationale legeronderdelen worden ofwel ad hoc bij een operatie
toegewezen, of op voorhand aangeduid los van concrete militaire
inzet.Lidstaten beslissen bijvoorbeeld zelf of ze troepen leveren voor de interventie
in Afghanistan. Uiteraard is er vanuit de NAVO grote druk om
militairen te sturen, maar in theorie is dit een politieke beslissing
van elke lidstaat.
Dat is anders bij de NATO Response Force (NRF), waarbij landen onderdelen
van hun leger ter beschikking stellen, onafhankelijk van een concrete
militaire operatie. De NRF, in 2002 op Amerikaans initiatief
opgericht, is een snelle interventiemacht
van 21.000 soldaten met de nodige militaire en logistieke
capaciteiten, die binnen een week tot een maand inzetbaar moet zijn
en dertig dagen lang zware gevechten moet kunnen doorstaan. Sinds
eind 2006 is de NRF volledig operationeel. Om de 6 maanden worden
andere troepen als NRF paraat gehouden. Er wordt extra geïnvesteerd
in de nodige capaciteiten voor transport, communicatie, intelligence,
enz.