-
1995:
De NAVO intervenieert in de oorlog in Joegoslavië en
bombardeert Bosnisch-Servische troepen. Nadat het Dayton akkoord
ondertekend is, ontplooit de NAVO troepen in Bosnië-Herzegovina.
-
1999:
De NAVO bombardeert Servische doelwitten nadat Servië weigerde
om het Rambouillet-akkoord dat een terugtrekking van Servische
troepen uit Kosovo en de toegang van internationale troepen tot heel
Servië inhield, te aanvaarden. Na 3 maanden van bombardementen
trekt het Servische leger zich terug uit Kosovo. De NAVO ontplooit
daarna troepen in Kosovo (KFOR) en Macedonië. Nog steeds zijn
ca. 15.000 NAVO-soldaten actief in Kosovo. De missie in Macedonië
werd in 2003 overgedragen aan de EU.
-
2001:
Na de aanslagen van 11 september treedt, voor de eerste keer in de
geschiedenis van de NAVO, artikel 5 van het Noord-Atlantisch Verdrag
in werking: de aanslagen worden beschouwd als een aanval op de
alliantie als geheel. De NAVO ontplooit vliegtuigen voor
luchtruimbewaking. Vervolgens wordt Operation Active Endeavour
gelanceerd, grootscheepse bewakingsoperaties, voornamelijk in het
Middellandse Zee-gebied.
-
2003:
De NAVO ondersteunt Polen, dat deel uitmaakt van de coalition of the
willing in de oorlog in Irak. De NAVO biedt steun op het vlak van
logistiek, communicatie en transport. Daarnaast stelt de NAVO
vliegtuigen ter beschikking voor bewaking van het luchtruim in
Turkije, voor het geval dat land meegesleept wordt in de oorlog in
Irak. Na de val van Saddam Hoessein en de installatie van een
overgangsbewind door de VS, biedt de NAVO training en logistieke en
technische ondersteuning aan het Irakese leger.
-
2003:
De NAVO neemt het commando van ISAF (International Security
Assistance Force) in Afghanistan van de VS over. Aanvankelijk wezen
de VS de hulp van de NAVO af en deden een beroep op individueel door
hen uitgekozen landen. Toen de oorlog in Irak de verkeerde richting
uitging, riepen de VS toch de hulp van de NAVO in. Op dit moment
vechten in 'Operation Enduring Freedom' ca. 50.000 militairen van de
26 lidstaten en van 12 niet-leden onder NAVO-vlag, naast ca. 20.000
Amerikaanse soldaten.
In 1949 ondertekenen 12 landen – België,
Canada, Denemarken, Frankrijk, IJsland, Italië, Luxemburg,
Nederland, Noorwegen, Portugal, het Verenigd Koninkrijk en de VS –
het Noord Atlantisch Verdrag. Daarmee verenigen ze zich in één
militaire alliantie, met als officiële doelstelling: de
collectieve verdediging van het grondgebied – tegen een militaire
invasie door de Sovjetunie. Centraal in het verdrag staat artikel 5:
een gewapende aanval op één van de leden zal beschouwd
worden als een aanval op allen en de lidstaten zullen gezamenlijk
reageren.
Wanneer West-Duitsland in 1955 lid wordt van de NAVO, vormen de Sovjetunie en
de communistische staten van Oost- en Centraal-Europa op hun beurt
het Warschaupact. De daaropvolgende decennia staan de twee militaire
allianties met getrokken messen tegenover elkaar. In verschillende
Europese landen worden kernwapens geïnstalleerd.
Door het ineenstorten van de Sovjetunie en de ontbinding van het
Warschaupact in 1991, verliest de NAVO haar bestaansreden. Toch
ontbindt ze zich niet, ze gaat op zoek naar een nieuwe legitimiteit.
Om te beginnen breidt het bondgenootschap zich uit naar het oosten.
In 1999 treden Polen, Tsjechië en Hongarije toe. In 2004 doen
ook de Baltische republieken, Slovenië, Slovakije, Roemenië
en Bulgarije dat. De NAVO telt ondertussen 26 leden. In het
voorjaar van 2008 werd de deur opengezet voor de toetreding van
Albanië en Kroatië. Verder zijn er onderhandelingen bezig
over het lidmaatschap van Macedonië, Georgië en Oekraïne
en wordt een opening gemaakt naar Bosnië, Herzegovina en
Montenegro.
Tegelijk gaat de NAVO op zoek naar nieuwe doelstellingen. Ze evolueert van een
defensief militair bondgenootschap naar een offensieve militaire
alliantie die militair ingrijpt waar haar belangen worden geschonden.
Voortaan zal de NAVO niet enkel optreden op
haar eigen grondgebied, maar kan ze militair ingrijpen waar ook ter
wereld. De NAVO legitimeert deze nieuwe doelstellingen in een
hernieuwd Strategisch Concept, goedgekeurd in 1999. Dit
document bevat de grote richtlijnen van de militaire strategie van de
NAVO, o.a. haar nucleaire politiek. Het
is een beleidsdocument waarin de NAVO definieert welke
veiligheidsrisico's ze ziet en hoe zij daar een antwoord op biedt.Om dit soort militaire interventies mogelijk te maken werd in 2002 de
Nato Response Force opgericht. Dit is een snelle interventiemacht van
21.000 soldaten die binnen een week tot een maand inzetbaar moet zijn
en dertig dagen lang zware gevechten moet kunnen doorstaan. Om de 6
maanden worden andere troepen van de verschillende lidstaten paraat
gehouden voor deze eenheid.
Op 4 april 2009 viert de NAVO haar 60ste verjaardag en begint ze aan de
herziening van haar Strategisch Concept. Deze herziening moet op de
volgende top in 2010 haar beslag krijgen in een nieuw Strategisch
Concept. Dit betekent dat de komende jaren beslissend zijn voor de
NAVO-politiek van het komende decennium.
De NAVO als internationale organisatie heeft geen eigen leger. Het zijn
de lidstaten die hun legers toewijzen aan de NAVO en ze onder een
NAVO-bevelhebber plaatsen. De NAVO zelf bestaat uit een reeks
hoofdkwartieren en een beperkte hoeveelheid militaire infrastructuur
die gemeenschappelijk gefinancierd wordt.De nationale legeronderdelen worden ofwel ad hoc bij een operatie
toegewezen, of op voorhand aangeduid los van concrete militaire
inzet.Lidstaten beslissen bijvoorbeeld zelf of ze troepen leveren voor de interventie
in Afghanistan. Uiteraard is er vanuit de NAVO grote druk om
militairen te sturen, maar in theorie is dit een politieke beslissing
van elke lidstaat.
Dat is anders bij de NATO Response Force (NRF), waarbij landen onderdelen
van hun leger ter beschikking stellen, onafhankelijk van een concrete
militaire operatie. De NRF, in 2002 op Amerikaans initiatief
opgericht, is een snelle interventiemacht
van 21.000 soldaten met de nodige militaire en logistieke
capaciteiten, die binnen een week tot een maand inzetbaar moet zijn
en dertig dagen lang zware gevechten moet kunnen doorstaan. Sinds
eind 2006 is de NRF volledig operationeel. Om de 6 maanden worden
andere troepen als NRF paraat gehouden. Er wordt extra geïnvesteerd
in de nodige capaciteiten voor transport, communicatie, intelligence,
enz.
NAVO staat voor Noord-Atlantische Verdragsorganisatie. Officieel
werd zij opgericht in 1949, na de tweede wereldoorlog. Tien
West-Europese landen verenigden zich samen met Canada en de VS, los
van de Verenigde Naties, in één militaire alliantie en maakten afspraken om gezamenlijk het grondgebied van de lidstaten te verdedigen – bewapend met kernwapens.
Vandaag is de NAVO uitgebreid tot op het vroegere grondgebied van de
Sovjetunie. Ze lonkt nu begerig naar Oekraïne en Georgië
als toekomstige nieuwe leden, in een poging om de oude vijand Rusland
militair volledig de pas af te snijden. In de eenentwintigste eeuw heeft de NAVO besloten dat ze niet enkel mag optreden op het eigen grondgebied. De NAVO beschouwt militair
tussenkomen, waar ook ter wereld, als één van haar kerntaken. In de oorlog in Afghanistan toont ze wat dit betekent: vrede en democratie brengen door de loop van een geweer en het bommenluik van een vliegtuig.
De NAVO zoekt zijn partners ook aan de andere kant van de wereldbol:
Japan, Australië, Zuid-Korea, Nieuw-Zeeland. De VS zien in de
NAVO een oplossing voor wat de Verenigde Naties hen niet kunnen
bieden: een militaire alliantie die mondiaal orde op zaken stelt
zonder daarbij rekening te moeten houden met staten die fundamenteel
andere belangen koesteren.
Een militaire alliantie die wereldwijd optreedt, die kernwapens bezit en
bereid is ze als eerste te gebruiken, is een gevaar voor de wereldvrede.
Neen.
Burgeroorlogen en regionale conflicten veroorzaken immens veel menselijk lijden. Bij
het zien van de slachtpartijen onder de burgerbevolking, de
vluchtelingenstromen, ... klinkt vaak de roep om 'iets' te doen.
Omdat er niets anders de illusie wekt een snelle oplossing te
brengen, wordt dan gepleit voor een militaire humanitaire
interventie. Of die militaire interventies wel een oplossing bieden,
is een vraag die niet wordt gesteld.Het instrument 'militaire interventie' is een veel te botte bijl om
humanitaire probleemsituaties ten gevolge van gewelddadige conflicten
of deze conflicten zelf aan te pakken. Of dit nu onder leiding van de
NAVO, de EU of de VN gebeurt, maakt niet zoveel verschil.
Peace-making en het opbouwen van een democratie met militaire middelen is een
illusie. Deze politieke doelstellingen vallen met militaire middelen
niet te bereiken. Integendeel, de militaire inzet is eerder een
obstakel.
Doelstelling: vrede
'Vrede' kan een hele reeks ladingen
dekken. In het algemeen onderscheiden we twee betekenissen. Ten
eerste, het beëindigen van gewelddadige vormen van conflict. In
de tweede betekenis is er pas vrede als er een duurzame oplossing
gegeven is aan het onderliggende probleem waaruit het conflict
voortkomt. Niemand heeft de illusie met militaire interventies een
vrede tot stand te brengen in de tweede, meest fundamentele
betekenis. De doelstelling van een militaire interventie is een vrede
in de eerste betekenis: het stoppen van een gewelddadige vorm van
conflict. De achterliggende idee dat dit ruimte moet scheppen om te
werken aan vrede in de meer fundamentele betekenis, blijft. Het
conflict moet een politieke oplossing krijgen. De militaire oplossing
dient om de mogelijkheid hiertoe te creëren. Maar helpt een
militaire interventie om de voorwaarden te scheppen voor een
vredesproces of werpt het juist meer obstakels op?
Militaire interventie verscherpt de tegenstellingen in een conflict
Bij een militaire interventie neemt het belang van gewapende groepen in
een conflict toe. Ze verscherpt de tegenstellingen en verkleint de
ruimte voor een politieke uitweg. Door een militaire interventie
worden we zelf een partij in het conflict en belanden we bij een open
oorlog of guerrillabestrijding. Op deze manier leidt een interventie
misschien wel tot een militaire overwinning, maar polariseert het
conflict verder en is een politieke oplossing soms verder af dan
tevoren. Als de mogelijkheid tot een daadwerkelijk vredesproces niet
voorhanden is, wordt men geconfronteerd met de keuze tussen een
militaire aanwezigheid voor jaren tot zelfs tientallen jaren of een
hervatting van het conflict na de terugtrekking van de troepen. Het
is niet omdat andere middelen geen snelle oplossing kunnen bieden,
dat militaire middelen dat wel kunnen. Het idee van een snelle
oplossing blijkt vaak een illusie. Een militaire interventie kan snel
begonnen worden, maar snel weer wegkomen is een andere kwestie. In
Kosovo zitten we na 10 jaar nog en over Afghanistan wordt vaak gezegd
dat we er minstens een generatie met troepen gaan moeten blijven.Het afdwingen van vrede tegen de wil van één of meerdere
partijen in het conflict, is een dubieuze affaire. Is dit mogelijk
met een militaire interventie? In praktijk wordt de vraag hoe de
vrede op te bouwen meestal pas nà de militaire interventie
gesteld. Als verantwoording roept men dat zware
mensenrechtenschendingen een snelle interventie noodzakelijk maken.
Maar zijn die noodsituaties niet vaak het resultaat van een veel
langzamere escalatie van een conflict dat al veel langer bestaat?
Militaire, humanitaire interventie: hoeveel soldaten zijn er nodig?
Vrede afdwingen door het tussenkomen in een burgeroorlog, is niet zo
eenvoudig. Om de vijandelijkheden te stoppen, moet een grondgebied
bezet worden en is een grote troepenmacht vereist. Bepalen hoeveel
troepen nodig zijn voor een militaire operatie is geen exacte
wetenschap. In de militaire literatuur worden wel enkele aanwijzingen
gegeven. Omdat de operationele doelstelling bij guerrillabestrijding
neerkomt op het controleren van de bevolking, hangt het aantal
troepen af van de grootte van de bevolking. Dit vergt meer troepen
dan het bevechten van een geregeld leger waar de nadruk vooral ligt
op grotere vuurkracht. De VS hebben het aan den lijve ondervonden in
Irak: het regime van Saddam Hoessein omverwerpen blijkt eenvoudiger
dan het onder controle krijgen van de Irakese bevolking.
De
militaire bezettingen uit het verleden hanteerden een troepenniveau
dat varieerde van 2 tot 20 soldaten per duizend inwoners. De Britten
hanteerden een troepenniveau van 20 per duizend inwoners in
Noord-Ierland. India hanteert in de Punjab een troepenratio van 5,7
per duizend, in Afghanistan zijn er 2,2 soldaten per 1000 inwoners.
Deze troepenaantallen dwingen tot een belangrijke conclusie: een
militaire interventie die in staat is om een einde te maken aan
vijandelijkheden, is in praktijk enkel haalbaar voor kleine landen of
gebieden. Voor grote gebieden zijn de troepen niet beschikbaar, is
het vereiste troepenniveau onhoudbaar voor langere tijd of levert de
bezetting een enorm logistiek probleem.Met een kleine troepenmacht kan hoogstens een 'safe haven' of een veilig
gebied gecreëerd worden waar de burgerbevolking naartoe kan
vluchten. Kiezen voor deze optie komt neer op het opzetten van een
vluchtelingenkamp beveiligd door militairen. Hoe vanuit deze situatie
naar werkelijke vrede moet toegewerkt worden, is een open vraag.
Kongo heeft 55 miljoen inwoners. A rato van 3 soldaten per 1000 inwoners
betekent dit 165.000 soldaten. Gezien het terrein zal dit
waarschijnlijk aan de lage kant zijn. A rato van 6 betekent het
330.000 soldaten, à rato van 20 betekent het 1.100.000
soldaten. Zelfs als men in rekening brengt dat de problemen zich
vooral in het oosten van Kongo stellen en de getallen halveert,
blijven dit enorme hoeveelheden troepen die in de praktijk niet
beschikbaar zijn. Kongo is slechts één van de
brandhaarden naast verschillende andere. Rekening houdend met de
gangbare rotaties, zou een wereldwijde interventiepolitiek om
humanitaire redenen ettelijke miljoenen soldaten vergen. Troepen die
nu niet beschikbaar zijn. Irak heeft 25 miljoen inwoners en wordt
bezet door een troepenmacht variërend tussen 100.000 en 150.000
Amerikaanse soldaten. Dit is een troepenrato van 4 à 6
soldaten per 1000 inwoners. In de praktijk blijkt dit te laag om het
land onder controle te krijgen en het Amerikaanse leger heeft moeite
om het troepenaantal op niveau te houden.
Defensie: 1200 miljard dollar, ontwikkelingshulp: 100 miljard dollar
Humanitaire problemen oplossen door een beleid te voeren waarbij men in staat is
om wereldwijd militair te interveniëren is in praktijk geen
zinvolle beleidsoptie.
Het geld dat nodig is voor de uitbouw van
zo'n globale interventiecapaciteit, kan beter besteed worden. De
wereldwijde militaire uitgaven bedroegen in 2007, 1200 miljard
dollar. Bijna de helft van dit bedrag (546 miljard dollar)) werd
uitgegeven door de VS. Ter vergelijking: wereldwijd is het bedrag
besteed aan ontwikkelingshulp 100 miljard dollar.
Als de uitbouw
van een globale interventiecapaciteit inderdaad humanitaire
doelstellingen heeft, dan kan met zich afvragen of er hier geen
sprake is van een zware misinvestering. Een politiek van humanitaire
interventies veralgemenen is van een falende politiek het
standaardbeleid maken.
Tot slot
Hoe geloofwaardig zijn ‘humanitaire’ militaire interventies als
diezelfde landen op grote schaal wapens exporteren, direct of
indirect, naar landen waar zware mensenrechtenschendingen
plaatsvinden?
Wat is de structuur en wie neemt er de beslissingen?
Vandaag zijn zesentwintig landen verenigd in de militaire alliantie NAVO.
De organisatiestructuur van de NAVO valt uiteen in 2 pijlers: een
politieke, met hoofdkwartier in Brussel, en een militaire met
hoofdkwartier in Mons.
De secretaris-generaal is de hoogste burgerfunctie van de organisatie,
traditioneel vervuld door een Europeaan. Op dit moment is het een
Nederlander: Jaap de Hoop Scheffer. Hij is ook de voorzitter van de
Noord-Atlantische Raad (NAR. De NAR kan in verschillende
hoedanigheden bij elkaar komen. Elke woensdag vergaderen in de NAR de
permanente vertegenwoordigers (NAVO-ambassadeurs).Daar worden
discussies voorbereid, standpunten afgetast, beslissingen
onderhandeld. Wat te moeilijk ligt, wordt naar een hoger niveau
doorgeschoven. Beslissingen van groot politiek belang en planning op
langere termijn worden behandeld op niveau van staatshoofden en
regeringsleiders. Nu de NAVO opnieuw in een hervormingsfase zit en
beslist moet worden over de toekomst van de alliantie, komen die
regelmatiger samen, in de praktijk betekent dit jaarlijks. Tussen de
grote tops door, zitten ook de ministers van Defensie en Buitenlandse
Zaken samen. Daar wordt bijvoorbeeld beslist over wie welke troepen
stuurt.
Deze Noord-Atlantische Raad wordt bijgestaan door het Military Committee
waarin alle lidstaten die over een leger beschikken , zijn
vertegenwoordigd. De hoogste militaire commandant van de NAVO is de
Supreme Allied Commander Europe (SACEUR), tot dusverre altijd een
Amerikaan. Hij heeft deze titel om historische redenen, maar is ook
commandant van NAVO-troepen buiten Europa.
Parlementsleden van de lidstaten komen bij elkaar in de NATO Parliamentary Assembly,
maar die heeft geen enkele formele relatie met de NAVO en dus ook
geen inspraak.
Het Supreme Headquarters Allied Powers Europe (SHAPE) is het militaire
commandocentrum. Het is eveneens in België gevestigd, namelijk
in Mons in de provincie Henegouwen. Het is een uitvoerende structuur
waarmee operaties geleid kunnen worden en waarmee de verdediging van
het territorium in principe georganiseerd wordt.
Lidmaatschap van de NAVO is beperkt tot de Noord-Atlantische zone (al wordt de
grens voortdurend verlegd). Maar naast formeel lidmaatschap zijn er
nog een reeks structuren en kaders waarbinnen landen met de NAVO
kunnen samenwerken. 'Partnership for Peace' bijvoorbeeld, is een
structuur die individuele landen toelaat op heel uiteenlopende
niveaus relaties met de NAVO aan te knopen. Dat kan gaan van
vertrouwenscheppende maatregelen en gesprekken op regelmatige basis,
tot gemeenschappelijke militaire oefeningen. Voor veel landen was het
Partnership for Peace programma een opstapje naar volwaardig
lidmaatschap. Maar ook buiten die structuren om kunnen landen
meestappen in een NAVO-operatie: Japan, Australië en
Nieuw-Zeeland zitten in Afghanistan onder NAVO-commando, zonder dat
ze deel uitmaken van één van de structuren of
programma's. Met Israël werd, in het kader van de Mediterranean
Dialogue, een Individual Cooperation Programme aangegaan. Op basis
daarvan zitten Israëlische soldaten in militaire trainingen in
NAVO-verband. Er worden met andere woorden gemeenschappelijke kaders
en structuren gecreëerd waar en wanneer dat nodig wordt geacht.
Met het einde van de Koude Oorlog verdween het vijandbeeld tussen de twee
Europa's. De NAVO bleef niettemin overeind, breidde zelfs uit met
ex-vijanden en trok ten oorlog in de Balkan. Na 'Nine Eleven' werd
duidelijk dat de VS de NAVO voortaan 'out of area' willen inzetten.
Het bondgenootschap evolueert daarom van een reactiegerichte naar een
preventieve structuur en heeft vanaf 2002 een hoogtechnologische,
snel inzetbare strijdmacht gevormd. De Amerikanen weten waar ze met
de NAVO naartoe willen. De Europeanen zijn weinig enthousiast maar
hebben zelf geen alternatief.
De VS en Europa, lopen de belangen uiteen?
De NAVO belichaamt de trans-Atlantische band die de veiligheid van
Europa en de veiligheid van Noord-Amerika met elkaar verbindt, zegt
de NAVO in haar Strategisch Concept. Dit klinkt mooi als de visies op
die veiligheid ook gelijk lopen. Maar dat blijkt in de praktijk wel
eens anders.Tijdens de Koude Oorlog vond de NAVO een consensus rond haar beleid omdat het
enkel over de situatie in Europa ging. Met de rest van de wereld had
de NAVO niets te maken.
Vandaag schuiven de VS een mondiale agenda naar voren als taak van de NAVO.
En hierover lopen de meningen uiteen. De NAVO vindt een consensus
over de Europese agenda, de Balkan, ... Maar over de omgang met
Rusland, de verdere uitbreiding naar Oekraïne en Georgië,
het missile defense project, ... lopen de meningen uiteen. De NAVO
heeft zich laten meesleuren in de bezetting van Afghanistan, zonder
dat de Europese leden veel inspraak hadden over de te volgen koers.
Over de rol voor de NAVO in het Midden-Oosten (Irak, het
Israëlisch-Palestijns conflict, Iran, Libanon) is er geen
consensus. Rond Afrika, eveneens een regio die de VS op de NAVO-agenda willen zetten,
is er eerder sprake van competitie tussen de VS en de Europese landen
dan van een gezamenlijke politiek.
De VS willen de NAVO gebruiken als middel om de Europese landen in hun
globale politiek mee te trekken. De Europese landen proberen een
beetje de boot af te houden, maar door gebrek aan een eigen
gemeenschappelijke visie zijn ze een gemakkelijke prooi voor een
Amerikaanse verdeel-en-heerspolitiek.
De rakettenverdediging
De VS dromen al sinds de jaren tachtig van Star Wars, een ruimteschild
dat hen moet beschermen tegen kernraketten. Twintig jaar geleden was
dit technologisch geen haalbare kaart, maar president
Bush keurde de installatie goed van een nationaal systeem voor
rakettenverdediging. Hij zegde hiervoor
het ABM-verdrag op (Anti Ballistic Missile), een verdrag afgesloten
tussen de VS en Rusland dat systemen voor rakettenverdediging
verbood. Of het werkt is nog altijd zeer twijfelachtig, maar de
lanceerinrichtingen voor antiraketraketten staan er.Europa is altijd minder enthousiast geweest voor dit systeem. De VS kregen
het binnen de NAVO niet verkocht.
De regering Bush haalde de oude verdeel-en-heerspolitiek boven: de VS
onderhandelen afzonderlijk met Polen en Tsjechië over de
plaatsing van installaties voor hun rakettenschild. Resultaat: in
Tsjechië komt een radarinstallatie, in Polen komen
afweerraketten De Europese landen staan voor voldongen feiten:
doordat de VS hun plannen unilateraal doordrijven, is een
NAVO-discussie over de noodzaak van rakettenverdediging achterhaald,
het systeem komt er immers toch. De discussie gaat nu enkel maar over
het verband waarin het
geplaatst wordt: NAVO of een Oost-Europese coalition of the
willing.
Rusland reageert verbolgen. De missile defense-plannen zijn bij aanvang
misschien geen bedreiging voor Rusland, maar Rusland houdt rekening
met de toekomstige evolutie. Een goed werkend rakettenschild geeft
een land de mogelijkheid om zelf een nucleaire aanval te lanceren,
zonder dat de andere partij even vernietigend kan terugslaan. Het
hele op afschrikking gebaseerde strategische evenwicht zou daarmee
verstoord worden. Rusland dreigt ermee het INF-verdrag op te zeggen
dat middellange afstandsraketten verbiedt, Medvedev zwaait met
plannen om zo'n raketten in de enclave Kalingrad te stationeren, met
Noord- en Oost-Europa binnen hun bereik. De gevolgen van deze kwade
Russische reactie treffen heel Europa.
De uitbreiding
De VS willen Rusland in zijn bewegingsruimte beperken en koste wat het
kost verhinderen dat het zijn vroegere sterkte opnieuw bereikt.
Daarom proberen de VS zoveel mogelijk delen van het oude
Sovjetgebied in de Amerikaanse invloedssfeer te brengen. De NAVO is
daar het ideale instrument voor. Op de NAVO-top in Boekarest (april
2008) werden aan Georgië en Oekraïne NAVO-lidmaatschap in
het vooruitzicht gesteld.
De oorlog tussen Georgië en Rusland in de zomer van 2008 legde de
gevaren van de uitbreidingspolitiek bloot. De NAVO mengt zich in een
etnisch wespennest én trapt Rusland op de tenen. Zuid-Ossetië
en Abchazië kwamen pas in
1918 bij Georgië, toen dat nog deel van de Sovjetunie was. Ze
hadden binnen Georgië een autonoom statuut.
Na
het uiteenvallen van de Sovjetunie belandden Zuid-Ossetiërs en
Abchaziërs plots in de afzonderlijke staat Georgië, dat
voor hen tot dan toe een louter administratieve eenheid was. Ze
werden er geconfronteerd met een hoogoplaaiend Georgisch nationalisme
èn met het feit dat hun autonomie werd afgenomen.
Het Westen koos de kant van de nationalistische regering, die, met het
NAVO-lidmaatschap in zicht, niet geneigd is een gematigder politiek
te voeren. Rusland staat aan de zijde van de minderheden. Tegelijk
staan de twee grootmachten tegenover elkaar, met de toegang tot de
olie in de Kaspische Zee als inzet. Georgisch NAVO-lidmaatschap zou
het probleem alleen maar verergeren, in plaats van oplossen. Wie er
voor pleit om Georgië versneld bij de NAVO te trekken, moet ook
een antwoord geven op de vraag of wij met Rusland een gewapend
conflict willen uitvechten over Georgië. Want deze 'oplossing'
impliceert de bereidheid hiertoe. Georgisch lidmaatschap betekent de
machtsstrijd met Rusland ten top drijven, eventueel zelfs
gewapenderhand.
Rusland voelt dat de oude vijand zijn invloedssfeer schendt en reageert
woest. De VS, die vooral een potentiële concurrent willen
uitschakelen, zijn voorlopig nog niet onder de indruk van de
Russische reactie. Maar voor Europa is een goede relatie met Rusland
veel belangrijker, het is immers een
buurland.
Als landen als Georgië en Oekraïne lid worden van de NAVO, is
er geen ruimte meer om in die conflicten een neutrale of bemiddelende
rol te spelen. Bovendien is het maar de vraag of de bevolking graag
onder de NAVO-paraplu wil komen. De bevolking in Oekraïne is in
elk geval zeer verdeeld over het NAVO-lidmaatschap. Een groot deel
van de Oekraïners voelt zich meer met Rusland verwant.
Wat willen de V.S. met de NAVO?
De Amerikaanse visie op de NAVO gaat nog verder. De VS willen de NAVO
laten evolueren van een Europees-Amerikaanse militaire alliantie naar
een wereldwijde, militaire veiligheidsorganisatie. Een soort
'Verenigde Naties van the willing', waarbij de eigenlijke Verenigde
Naties gemarginaliseerd worden.
De Verenigde Naties zijn bij Amerikaanse politici niet populair. Velen
zouden de VN graag afgeschaft zien of vervangen door iets dat beter
de Amerikaanse belangen dient.
Sinds begin 2006 staat de discussie over de partnerschappen met landen uit
de Pacific op de politieke agenda van de NAVO. Officieel gaat het om
praktische samenwerking met landen die deelnemen aan dezelfde
missies.
NAVO-secretaris Generaal De Hoop-Scheffer stelde op de veiligheidsconferentie in
München in 2006: "We moeten zorgen dat we de sterkst
mogelijke samenwerking hebben met die landen die kunnen en willen
helpen onze gemeenschappelijke waarden te verdedigen. Naar mijn
mening betekent dit ook nauwere banden aangaan met andere
gelijkgezinde naties buiten Europa – naties zoals Australië,
Nieuw-Zeeland, Zuid-Korea of Japan. " Op de NAVO-top in Riga
in 2006 werd de boot wat afgehouden: er komt geen Global Partnership
Council met alle partners waarmee samengewerkt wordt. Maar de
samenwerkingsakkoorden worden gesloten en de partnerships zijn in
stille, maar volle ontwikkeling. De VS haalt via de sluipende
besluitvorming binnen wat het wenst.
Ivo Daalder, de vroegere adviseur van Clinton windt er in zijn artikel
met de titel 'Global NATO' in Foreign Affairs geen doekjes om. Hij
stelt onverbloemd dat deze partnerschappen een eerste stap naar
lidmaatschap moeten zijn, net zoals de Partnerships for Peace dat
waren voor de Oost-Europese landen. Het feit dat ook Democratische
stemmen, zoals Ivo Daalder als vroegere adviseur van Clinton, deze
visie verdedigen, maakt duidelijk dat een Democratische president na
Bush hierin weinig verschil zal maken.
Toch is deze stap niet vanzelfsprekend. Partnerschappen met Japan en
Australië geven de NAVO plots een rol in de Pacific en
veranderen ingrijpend onze verhouding met China. Lid worden betekent
dat de collectieve verdedigingsgarantie wordt uitgebreid tot landen
in de Pacific. Het maakt de NAVO tot een wereldwijde militaire
alliantie. Als er een conflict is in de
Pacific, wordt Europa daar automatisch bij betrokken. WO
I heeft laten zien hoe door militaire ondersteuningsverdragen, een
lokaal conflict kan uitgroeien tot een wereldoorlog. In de VS is in
militaire kringen regelmatig te horen dat het volgende grote conflict
er een met China zal zijn. Willen we daar persé aan deelnemen?Wat betekent dit voor landen die géén deel uitmaken van
deze militaire alliantie en potentieel als veiligheidsprobleem
gedefinieerd worden? Voor hen vormen deze ontwikkelingen een
bedreiging waar zij een militair antwoord tegenover zullen trachten
te stellen. Het resultaat is een verdere wapenwedloop en
militarisering van de internationale betrekkingen. De stelling dat
bedreigingen globaal zijn, zou wel eens een self-fulfilling prophecy
kunnen worden.Tot nu toe hebben we één globale collectieve
veiligheidsorganisatie, de Verenigde Naties. Veiligheidsproblemen
worden besproken in de Veiligheidsraad. De Veiligheidsraad zou een
garantie moeten bieden tegen een militarisering van de internationale
betrekkingen. In de praktijk worden ze verder uitgehold.Als de VS en haar bondgenoten wereldwijd een alliantie vormen waarin zij
hun oplossing van collectieve veiligheidsproblemen bekrachtigen en
waarmee zij die oplossing desnoods eigenmachtig militair vorm geven,
dan heeft de Veiligheidsraad nog weinig te betekenen.Dan is de discussie in de Veiligheidsraad gereduceerd tot een oefening
pro forma waarbij een NAVO-besluit of -operatie gelegitimeerd wordt.
Als Rusland en China tegenpruttelen, wordt de verleiding wel heel
groot om als NAVO alleen op te treden.In de praktijk wordt de NAVO dan dé wereldwijde collectieve
veiligheidsorganisatie met een militaire poot. Maar de belangrijkste
politieke tegenstellingen worden buiten de organisatie gelegd.
Wat zal de reactie zijn van die landen die niet behoren tot de 'willing'?
Hoe zal het zijn om niet tot het 'juiste' kamp te behoren? Die landen
worden geconfronteerd met een globale militaire alliantie die hen tot
veiligheidsprobleem kan bestempelen. Zij gaan zich willen verdedigen.
Vermoedelijk resultaat: een verdergaande wapenwedloop en
militarisering van de internationale verhoudingen.
De NAVO is een militaire alliantie bewapend met kernwapens. Haar
kernwapenstrategie is gevaarlijk en illegaal.
Het nucleaire beleid
van de NAVO wordt uiteengezet in haar Strategisch concept. Hierin
staat dat: “... de gemeenschappelijke verplichting oorlog te
voorkomen, blijven vereisen dat de Europese bondgenoten die betrokken
zijn bij de collectieve defensieplannen voor nucleaire taken, op
grote schaal deelnemen aan het stationeren van nucleaire
strijdkrachten op hun grondgebied…” (par.63)
Vijf Europese landen - België, Duitsland, Italië, Nederland en
Turkije - herbergen 150 à 240 Amerikaanse kernwapens op basis
van de "nuclear sharing" akkoorden van de NAVO. Dit
betekent dat vijf niet-kernmachten (België, Nederland,
Duitsland, Italië en Turkije) meer dan 40 jaar geleden afspraken
maakten met de VS over "nucleaire samenwerking".
Voor het gebruiken van de kernwapens heeft de NAVO sinds 2000, onder
invloed van de VS, een nieuwe strategie goedgekeurd. Die laat toe dat
kernwapens worden ingezet tegen staten die zelf geen kernwapens
hebben.
Oorspronkelijk werden de kernwapens gebruikt als afschrikking voor andere
kernwapenstaten. Wie geen kernwapens bezat, werd ook niet door
kernwapens bedreigd. Vandaag kunnen landen waarvan een vermoeden
bestaat dat ze beschikken over massavernietigingswapens zoals
biologische of chemische wapens, bedreigd worden met kernwapens.
Aangezien veel meer landen kunnen beschikken over chemische of
biologische wapens dan over kernwapens, zijn nu veel meer landen een
potentieel doelwit van de NAVO-kernwapens. Het als eerste inzetten
van kernwapens bij het vermoeden van massavernietigingswapens bij de
tegenstander, behoort tot de mogelijkheden.
Het NAVO-beleid om als eerste kernwapens te gebruiken, zorgt voor een
extra gevaarlijke dimensie in combinatie met het Amerikaanse
veiligheidsbeleid dat voor preventieve oorlog pleit.
Het NAVO nuclear sharing-principe is illegaal omdat het in strijd is met
het Internationaal humanitair recht en met het
Non-proliferatieverdrag.
Uit de uitspraak van het
Internationaal Gerechtshof van Den Haag uit 1996 over de legaliteit
van kernwapens kunnen we concluderen dat alle bestaande kernwapens
illegaal zijn. Het non-proliferatieverdrag, het verdrag dat de
verspreiding van nucleaire wapens moet tegengaan, verplicht alle
ondertekenaars om te streven naar een kernwapenvrije wereld. De
herbevestiging van de politieke en militaire waarde van de
NAVO-kernwapens is een schending van deze verplichting.
De NAVO afschaffen is een probleem oplossen. Er is geen alternatief
nodig.
De NAVO bezorgt ons meer problemen dan ze oplost. Wij hebben geen nood
aan een machine voor wereldwijde militaire interventies of aan een
militaire alliantie die de rest van de wereld bedreigt en zo vooral
vijanden en tegenreacties creëert. We kunnen de NAVO als een
laatste overblijfsel van de Koude Oorlog beter ontmantelen.
De NAVO afschaffen is een veiligheidsprobleem oplossen.
Officieel werd de NAVO zestig jaar geleden opgericht om het grondgebied te
beschermen. Haar 'vijand' antwoordde met de oprichting van het
Warschaupact, een militaire samenwerking tussen de Sovjetunie
en de communistische staten van Oost- en Centraal-Europa.
De NAVO en het Warschaupact probeerden
elkaar jarenlang in evenwicht te houden. Met de val van het IJzeren
Gordijn en het einde van de Koude Oorlog werd het Warschaupact
ontbonden. De oorspronkelijke vijand van
de NAVO is er niet meer. De NAVO is
vandaag het enige Bondgenootschap in haar soort en het kan nu zijn
vijand zoeken waar het die wil, er is niets om het nog in evenwicht
te houden. Geen ander bondgenootschap
zet een rem op haar expansiedrang. Haar bestaan zorgt voor
onveiligheid in de internationale verhoudingen.
De NAVO-politiek of die van zijn leden creëert nieuwe vijanden of
dreigingen.
Vaak wordt beweerd dat we dankzij de NAVO al bijna zestig jaar vrede
kennen in Europa. Een stelling die door niemand absoluut kan bewezen,
noch ontkracht worden. Daartegenover staat dat de politieke en
economische integratie van 27 landen in de Europese Unie vele
oorzaken van conflicten, alsook de drang om eventuele conflicten met
de wapens te beslechten, heeft weggenomen.
Op het grondgebied van de NAVO-leden werd er nauwelijks een regelrechte
oorlog gevoerd. Dat is waar. Maar Europa is wel de draaischijf van
oorlogen elders in de wereld. Dat bewijzen ook de recente cijfers.
Amerikaanse militairen zijn gelegerd op Europese basissen. 54 000
ervan werden in 2003 ingezet in Irak. In 2006 waren twee derden van
alle in Europa gelegerde Amerikaanse manschappen betrokken bij
missies in Irak of Afghanistan. Het Amerikaanse leger werd ontplooid
vanuit Duitsland en Italië. De gevechtsvliegtuigen vertrokken
van Britse basissen en van vliegdekschepen in de Middellandse Zee.
Zonder Europa was de invasie van Irak onmogelijk geweest. En de erop
volgende bezetting evenmin.
Irak werd aangevallen omdat het massavernietigingswapens zou hebben gehad,
Iran wordt bedreigd omdat het ze zou aanmaken. Ondertussen houdt de
NAVO 150 à 240 Amerikaanse atoomwapens paraat in Duitsland,
Italië, België, Nederland en Turkije. Volgens het
internationaal humanitair recht zijn die wapens net zo onwettig
en verboden als waar dan ook. Waarom wordt aan die wapens dan niet
geraakt? Dat is een rechtstreeks gevolg van het lidmaatschap van de
NAVO. Is een land vandaag lid van de NAVO, dan moet het meedoen aan
internationale operaties buiten het eigen grondgebied, waar ook ter
wereld, door troepen te sturen, door infrastructuur ter beschikking
te stellen of door logistieke steun te bieden. Wat de bevolking
daarover denkt, speelt geen rol. De militaire strategie van de NAVO
primeert.Deze
ongezonde situatie dreigt alleen maar erger te worden.
Ook
tijdens de Koude Oorlog heeft de NAVO onze veiligheid niet kunnen
garanderen. Nu bepaalde geclassificeerde documenten uit de Koude
Oorlogsperiode vrijkomen, wordt het duidelijk dat het decadente
machtsspel tussen NAVO en Warschaupact meerdere malen tot een
bijna-oorlog heeft geleid. Eerder dan de vrede te garanderen, heeft
NAVO ons tot aan de rand van de totale vernietiging gebracht. Dat het
zover niet is gekomen, is eerder een gelukkig toeval.Het oorspronkelijk als louter defensief bedoelde militaire
afschrikkingssysteem van de NAVO, evolueert sinds enkele jaren naar een
ook buiten haar grenzen opererende troepenmacht. Hierbij zou het
militaire apparaat van de NAVO pro-actief en offensief ingezet kunnen
worden buiten het territoriale NAVO-gebied, bijvoorbeeld om de
economische vitale belangen van de Westerse wereld te consolideren. Dit
heeft een duidelijk bedreigend effect, waardoor andere landen zich op
hun beurt sterk gaan bewapenen en zich gaan voorbereiden op een
eventuele oorlog met de NAVO-landen.